
Geef a.u.b. uw e-mailadres in, dan sturen wij u een link
waarmee u een nieuw wachtwoord kunt invoeren.
Bron: Autovisie. Foto: ANWB

Je kent het wel. Je rijdt lekker door op de snelweg, komt een invoegstrook naast je en hup... daar is ie hoor, de klassieke ‘invoeger’.
Soms zonder vaart, soms als een raket die nét voor je neus op de rem trapt. En dan de vraag: moet jij nou een rijstrook opschuiven om ruimte te maken? Of is het gewoon zijn probleem?
Laten we het even helder maken. Invoegen is geen kunst, maar wel een vaardigheid. En eerlijk is eerlijk: niet iedereen is er even goed in. Sommige weggebruikers lijken hun rijbewijs op Marktplaats te hebben gekocht. Ze maken geen snelheid, mikken slecht of knallen op het laatste moment naar links. En ja, dáár ontstaan dus files van. Vooral op plekken als de A10 bij Amsterdam-Zuid, waar het verkeer zich van Utrecht de ring op wurmt.
Steeds meer mensen duiken meteen aan het begin van de invoegstrook de snelweg op. Niet handig. Je hebt zo’n 200 meter ruimte. Gebruik die! Kijk, zoek een gaatje, pas je snelheid aan, en rits netjes in. Net als bij de kapper: niet voordringen.
Maar goed, terug naar de hamvraag: moet jij van rijstrook wisselen voor een invoeger? Het korte antwoord: nee. De wet zegt dat degene die invoegt, zelf moet zorgen dat-ie veilig kan invoegen. Jij bent niet verplicht om opzij te gaan. Doe je het wel? Dan ben je een topper. Maar het is dus geen verplicht nummertje.
Dus, collega’s: de volgende keer dat je iemand ziet stuntelen op de invoegstrook, weet je dit:
En voor de grommende collega die blijft hangen in je dode hoek? Zet je koffie nog eens neer, adem in, adem uit, en rijd door. Want jij hebt gelijk.