
Geef a.u.b. uw e-mailadres in, dan sturen wij u een link
waarmee u een nieuw wachtwoord kunt invoeren.
Veel automobilisten vragen zich af: hoe lang moet ik mijn richtingaanwijzer laten knipperen als ik de snelweg verlaat? Zeker bij lange uitvoegstroken van soms wel een kilometer, lijkt het overdreven om die hele afstand met het knipperlicht aan te rijden.
In de praktijk draait het vooral om duidelijkheid voor het overige verkeer. De richtingaanwijzer is bedoeld om tijdig te laten zien dat je van plan bent uit te voegen, niet om de hele uitvoegstrook af te leggen met een knipperend licht.
Een goed richtpunt: geef op de snelweg ongeveer 300 meter vóór de afrit richting aan. Laat de richtingaanwijzer aan zolang je nog de witte blokmarkering ziet op het asfalt, die het begin van de in- of uitvoegstrook aangeeft. Zodra deze blokjes ophouden, kun je het knipperlicht uitzetten. Op dat moment ben je los van de doorgaande rijstroken en is voor andere weggebruikers duidelijk dat je daadwerkelijk uitvoegt.
Let wel: bij gecombineerde in- en uitvoegstroken is het verstandig iets langer richting aan te houden. Daar kan verwarring ontstaan over of je invoegt of uitvoegt.
Kortom: richting aangeven tot het einde van de blokmarkering, daarna uitzetten. Zo rijd je duidelijk én volgens de regels.
Volgens mij mag de richtingaanwijzer al uit als je voorbij de eerste pijl bent. Op dat moment volg je de verplichte rijrichting en mag je niet meer van rijstrook wisselen. Dit is ook zichtbaar voor de medeweggebruikers.