Voertuigcontrole

Elke keer als je de dienst start dien je, voordat je vertrekt, een korte voertuigcontrole uit te voeren. Dit voorkomt dat je tijdens jouw rit problemen krijgt.

 

Wat moet je doen

  • Controleren of alle verlichting werkt
  • Controleren of er schade aan de taxi is
  • Controleren of de banden op spanning staan
  • Controleren of de vloeistoffen op peil zijn. (Olie, ruitenvloeistof en koelvloeistof)

 

Dit zijn de belangrijkste controles die je moet uitvoeren. Bij twijfel vraag je het even aan een van de monteurs. Bij schade maak je een foto en meld je dit aan de centrale.

 

Waar vind je de juiste bandenspanning?

Bandenspanning op stickerDe juiste bandenspanning verschilt per auto. Je kunt op drie plekken terugvinden welke bandenspanning bij jouw banden hoort, namelijk:

 

  • In het instructieboekje van jouw auto
  • Aan de binnenkant van het tankklepje
  • Op de sticker aan de binnenzijde van het bestuurdersportier

 

Vaak zit er verschil in bandenspanning tussen de voorste en de achterste autobanden. Het is belangrijk om te onthouden dat de wielen op dezelfde as, dezelfde spanning hebben.

 

  Bandenspanning op wiel

 

 

 

^ Naar boven